Noodweer in de nachtclub: glas in hand geen wapen

Vim vi repellere licet: geweld mag met geweld worden afgeweerd. Dit eeuwenoude beginsel stond centraal in een hoger beroepszaak die het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 september 2025 besliste (ECLI:NL:GHARL:2025:5759).

De uitkomst was verrassend. Hoewel het hof zware mishandeling bewezen achtte, leidde die bewezenverklaring niet tot een veroordeling.

Waar gaat deze uitspraak over?

Op 27 april 2023 bezochten verdachte en aangever dezelfde uitgaansgelegenheid. Aangever was naar eigen zeggen onder invloed van acht tot tien glazen jenever-rivella en twee lijntjes cocaïne. Hij had zich eerder op de avond al irritant gedragen en meerdere bezoekers uitgelokt. Bij de muntenkassa ontstond een onaangename woordenwisseling waarbij hij verdachte sommeerde te vertrekken. Verdachte liep weg en ging elders in de club met zijn rug tegen de muur staan, een drinkglas in de hand. Een beveiliger stuurde aangever weg bij de kassa, maar aangever liep direct op verdachte af en gedroeg zich agressief. Verdachte heeft verklaard dat aangever hem in het gezicht spuugde en een kopstoot probeerde te geven, waarna hij met zijn rechterhand, met daarin het glas, een klap uitdeelde. Aangever liep meerdere sneeën in het gezicht op die resulteerden in blijvende littekens. Verdachte sneed zichzelf diep in zijn hand.

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland veroordeelde verdachte op 9 februari 2024 voor zware mishandeling tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 120 uren. Verdachte stelde hoger beroep in.

Het juridisch kader

Zware mishandeling is strafbaar gesteld in artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht. Blijvende ontsierende littekens in het gezicht gelden in vaste rechtspraak als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht.

De strafbaarheid van het feit kan echter vervallen op grond van de rechtvaardigingsgrond noodweer, neergelegd in artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Noodweer vereist dat de verdediging noodzakelijk was ter afwering van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed. Aan die rechtvaardigingsgrond worden twee cumulatieve eisen gesteld: subsidiariteit, dat wil zeggen dat er geen redelijke mogelijkheid bestond aan de aanranding te ontkomen, en proportionaliteit, het evenwicht tussen de ernst van de aanval en de gekozen verdediging (vgl. Hoge Raad 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456). Slaagt het beroep op noodweer, dan levert het bewezenverklaarde feit ingevolge artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht geen strafbaar feit op en volgt ontslag van alle rechtsvervolging op grond van artikel 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De overwegingen van de rechter

Het hof stelde vast dat verdachte met een glas in het gezicht van aangever heeft geslagen en dat hij daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op zwaar lichamelijk letsel. Het voorwaardelijk opzet stond daarmee vast en het primair tenlastegelegde werd bewezen verklaard als zware mishandeling.

Vervolgens beoordeelde het hof het beroep op noodweer. Ten aanzien van de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding oordeelde het hof dat voldoende aannemelijk was geworden dat aangever in de richting van verdachte spuugde en een kopstootbeweging maakte. Gelet op de context, een door middelen opgehitste aangever die de confrontatie voor de tweede maal opzocht terwijl verdachte zich er juist van had onttrokken, was sprake van onmiddellijk dreigend gevaar voor een wederrechtelijke aanranding van het lijf van verdachte.

Over de subsidiariteitseis overwoog het hof dat van verdachte redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij op dat moment in de besloten, drukke ruimte van de club nog zou overzien of een nieuwe ontsnappingsroute mogelijk was. Hij had zich al eerder aan de confrontatie onttrokken. Aan subsidiariteit was voldaan.

De proportionaliteitsvraag was de meest delicate. De advocaat-generaal had betoogd dat het gebruik van een glas disproportioneel was. Het hof verwierp dit standpunt. Het duwen of slaan was op zichzelf een proportionele reactie. Dat verdachte een drinkglas in zijn hand had, stond volledig los van de aanval en was in een uitgaansgelegenheid volstrekt normaal. Het hof oordeelde dat verdachte het glas niet bewust als wapen heeft willen gebruiken. De gekozen verdedigingswijze was achteraf niet optimaal, maar het handelen voldeed in de specifieke omstandigheden aan de proportionaliteitseis.

Het beroep op noodweer slaagde. Het bewezenverklaarde feit leverde geen strafbaar feit op, zodat verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging.

Wat betekent dit in de praktijk?

Deze uitspraak raakt een aspect van noodweer dat in de praktijk regelmatig tot discussie leidt: het gebruik van een voorwerp dat iemand toevallig in de hand houdt op het moment van de aanval. Het hof stelt vast dat de aanwezigheid van een glas in een horecagelegenheid objectief normaal is en dat het gebruik daarvan bij een reflex-verdedigingshandeling niet automatisch tot disproportionaliteit leidt. Beslissend was dat verdachte het glas niet bewust als wapen heeft gepakt of ingezet.

In mijn praktijk zie ik regelmatig zaken waarbij het openbaar ministerie of de rechter in eerste aanleg de aanwezigheid van een voorwerp in de hand van een verdachte als zelfstandige factor betrekt bij de proportionaliteitsbeoordeling, los van de vraag of dat voorwerp bewust als wapen werd gebruikt. Het hof trekt hier terecht een duidelijke grens.

Verder laat de uitspraak zien hoe zwaar de feitelijke context weegt bij de subsidiariteitstoets. Dat verdachte zich eerder al aan de confrontatie had onttrokken en op het tweede moment geen reële vluchtmogelijkheid meer had, was doorslaggevend. Noodweer is geen absolute plicht om te vluchten. Van een verdachte in een split-second situatie kan niet worden verwacht dat hij alle mogelijke ontwijkingsopties overdenkt en afweegt.

De benadeelde partij, die in eerste aanleg een gedeeltelijke schadevergoeding van 851,45 euro had toegewezen gekregen, werd in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Omdat verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging, ontbreekt de grondslag voor toewijzing in het strafproces. De benadeelde partij kan haar aanspraken eventueel nog via een civiele procedure proberen te verhalen.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde zware mishandeling bewezen, maar ontloste verdachte van alle rechtsvervolging wegens het slagen van het noodweerberoep.

Contact?

Neem contact op voor deskundig advies

Een strafzaak vraagt om zorgvuldige afwegingen en helder inzicht. Ons team staat u bij met deskundig advies en persoonlijke aandacht voor uw situatie. Wij nemen de tijd om uw zaak te begrijpen en u duidelijk te informeren over de mogelijkheden.

050 31 81 344

U kunt telefonisch contact met ons opnemen om uw wensen te bespreken.

Nieuwe Boteringestraat 5 - Groningen

Ons kantoor zit naast de rechtbank in hartje Groningen. Maak wel even een afspraak voor je langskomt.